Ik glibber en ik glij
Over een eeuwenoude dijk
Misschien is het meer een modderpad
Gestut door walbeschoeiing
Bijeengehouden door wortels
Van wilgen en het riet
In het boekje dat mij leidt
Lees ik dat in één van de boerderijen in de verte
Ooit een prinses gevangen zat
Als wisselgeld voor land
Dat van de hertog of het bisdom werd
In het dorp waar ik naar toe loop
Werden vrouwen op de markt gewogen
Heks of niet dat was de vraag
Ik overdenk opnieuw
Waar ik in het hier en nu gevangen zit
In mijn eigen overpeinzing
Waar ik in het hier en nu gewogen word
Door mijn eigen overtuiging
De koude wind
Die in de luwte van het dorp gaat liggen
Staat symbool voor het inzicht
Dat ik kreeg
Waardoor ik een reuzenstap kon zetten
Los van
Gevangen zijn in mijn eigen overpeinzing
Gewogen worden door mijn eigen overtuiging
