Hondie Snor en Dan de Ridder houden van de stilte

Het is warm vandaag. De zon staat hoog aan de hemel en het waait nauwelijks. Krekels wrijven hun pootjes tegen elkaar aan en maken daarmee een hoog snerpend geluid. Een vlinder fladdert in de zon maar zoekt ook gauw de schaduw op.

Dan en Hondie hebben besloten een bergwandeling te maken. Ze hebben gehoord dat je mooie weides, bergmeren en vergezichten kunt treffen op zo’n wandeling. Hondie heeft in zijn rugzak voldoende water gepakt, een dikke trui en een regenjas. Nu is het warm en zonnig maar op een berg kan het weer ook omslaan naar kou of regen weet hij. Naast verstandige dingen heeft hij ook iets lekkers meegenomen. Dan heeft naast het nodige ook zijn speer aan zijn rugzak gebonden en natuurlijk zijn ribbelhelm opgezet. En de frisbee is snel in het voorvak van zijn rugzak geschoven omdat Hondie dat graag wilde.

Als ze een uurtje in stilte hebben gelopen zegt Hondie: ‘wat fijn hè dat wij in stilte kunnen lopen? Ik hoor dan van alles ook mijn eigen ademhalen’. ‘Hmm hmm’ zegt Dan. Hondie na een tijdje, net nadat hij van een steen gesprongen is: ‘denk je dat alle mensen zo stil kunnen lopen Dan?’ ‘Alle mensen is wat veel Hondie, sommige wel en andere niet denk ik. En dat is maar goed ook anders was iedereen hetzelfde en dan werd het een saaie boel’. Dan zweet inmiddels peentjes en hijgt wat want ook nu al gaat het wandelen omhoog. ‘Wat weer mooi genuanceerd van je Dannetje’ zegt Hondie nadenkend.

Even later komen ze bij een pad dat stijl omhoog gaat en hen tussen rotsblokken doorvoert. Dan pakt zijn speer erbij en ze zetten de klim in. In de stilte horen ze het knerpen van het grind onder hun voeten en de koebellen in de verte. ‘Ik wil bovenaan dit pad even uitrusten, wat jij?’ hijgt Dan. ‘Is goed Dannetje, prima plannetje’ roept Hondie en hij loopt een eind voor Dan uit. ‘Ik wacht daar op je’ zegt hij nog.

Dan loopt, steunend op zijn speer steeds verder. Hij moet flink aanzetten en tegelijk ook regelmatig bukken omdat hij takken van boompjes in de rotsen moet ontwijken. ‘Ik kan haast niet meer’ flitst het door zijn hoofd. Juist op dat moment hoort hij Hondie roepen: ‘je bent er bijna Dan! En als je er dan bent is er een verassing!’. ‘Wat is Hondie toch altijd een schatje’ denkt Dan. En de verrassing in het vooruitzicht helpt Dan om de laatste meters door te zetten. Hij komt achter de laatste rots vandaan en valt stil bij het prachtige uitzicht: koeien op een bijna vlakke weide, met overal kleine paarse, gele en witte bloemen. In de verte steile kliffen en hij ziet een stuk gletsjer waar net een roofvogel boven vliegt die plotseling de diepte induikt. Hij zal misschien wel een muis of een ander eetbaar dier gezien hebben weet Dan. ‘Al mijn moeheid is verdwenen nu ik dit zo zie, wat mooi, wat mooi’ bedenkt hij zich. ‘Joehoe Dan, hiero’ hoort hij Hondie dan roepen. Even verder zit Hondie met een picknickkleedje onder een schaduwrijke boom. Op het kleed gekookte eitjes, nootjes en rozijnen, krentenbollen en natuurlijk ridderdrank. Hondie zelf zit vergenoegd aan zijn snor te plukken. Dat doet hij altijd als hij een soort van blij is met zichzelf weet Dan. Eenmaal bij het kleed gooit hij zijn spullen neer en zet zijn ribbelhelm voorzichtig af. ‘Poeh, poeh dat was een stevig klimmetje’ zucht hij. ‘Goed gedaan Dan, zie je wel dat je het kan en toen had ik dit plan’ Hondie wijst naar het picknickkleed. ‘Wat vind je daarvan? Dat rijmt trouwens allemaal’ voegt Hondie er breed lachend aan toe. Dan is inmiddels al neergeploft en heeft hongerig een krentenbol in zijn mond als hij zegt ‘I be aangenaa vewas Ho Die ech hee pof da je di awwemaa he meejesjou’. ‘Ik denk dat ik weet wat je bedoelt Dan, maat doe me een lol, praat niet met je mond vol’. Het is een seconde stil Dan kijkt op in de ogen van Hondie en in koor zeggen ze: ‘dat rijmt’.

Plaats een reactie