Hondie Snor en Dan de Ridder proberen te filosoferen, argumenteren en relativeren

Er staat een stevige wind. Wolken als windveren schuiven door de lucht. Dat betekent later nog hardere wind weten Hondie en Dan. Ze waren van plan een tochtje te gaan zeilen. Dat lukt met deze wind gewoonweg niet.

Hondie vindt dat echt heel jammer. Hij had zich enorm verheugd op het tochtje en kan zich er even lastig bij neerleggen. Het besluit om niet uit te varen klopt in zijn hoofd, in zijn lijf zit hij een beetje te mokken en mopperen. Dat voelt als boos zijn en verdrietig tegelijk. ‘Een stukkie lopen gaat me vast helpen om er vrede mee te hebben’ bedenkt hij zich.

Hij weet wel waarom hij graag zeilt, of eerder: zeilen is het liefste dat hij doet. Geen weer is hem te gek. Dat komt omdat hij van kind af aan zeilt en elk weer en heel veel water op zijn broekzak kent. Zeilen lekker met zijn neus in de wind en de zon op zijn hoofd was ook toen al zijn liefste bezigheid. Hoge golven en harde wind, hij krijgt er een juichgevoel van. Net als van dobberen met weinig wind in het zonnetje of ankeren en zwemmen om de boot. Regen betekent een zeilpak aan en even hard genieten als anders. Als hij al zorgen of piekergedachten heeft verdwijnen die als sneeuw voor de zon en hij komt vaak op lumineuze ideeën tijdens het zeilen vindt hij zelf: het timmeren van een boomhut met glijbaan en hoge zwiep schommel bijvoorbeeld en het idee om zijn snor te laten groeien om die in een driedubbele krul te draaien is ook tijdens het zeilen ontstaan.

Dan is vooral een ‘mooiweer-zeiler’ zoals Hondie hem vaak plagend noemt. Hij doet mee omdat Hondie het leuk vindt en omdat hij het gezellig vindt om samen iets te doen. Voorwaarde voor hem is wel een zonnetje, een beetje regen kan hij net mee leven en een rustig windje. Tot ongeveer windkracht 4 plonst hij dan lekker met zijn speer in het water waar vaak al snel allerlei vissen op af komen. De zon op zijn ribbelhelm is ook een gevoel uit duizenden. Als dat gebeurt droomt hij vaak weg en belandt in gedachten over vroeger waarbij hij bij zijn opa voor op het paard zat met de zon op zijn ribbelhelm. Opa rook naar een combinatie van zweet met pijptabak en bromde over vroeger. Dat voelde voor Dan als vrijheid om overal heen te kunnen op zo’n paard en tegelijk de veiligheid van opa die een probleem zo oploste.

Hardere wind of regen vindt Dan al gauw spannend, waardoor hij gaat tobben. Waar problemen voor Hondie verdwijnen ontstaan ze bij Dan juist in zo’n situatie. Hij piekert over wat er mis kan gaan en hij weet niet hoe hij zeilproblemen op moet lossen als dat met zijn speer of helm niet kan. Hij weet ook dat er heel veel situaties bij het zeilen zijn waar een speer niet helpend is. Harde wind kun je niet tegenhouden met een speer en als je niet uitkijkt prik je per ongeluk een gat in de boot of blijf je met je helm achter het grootzeil hangen.

Dit keer hebben Hondie en Dan samen besloten dat zeilen echt niet kan. Windkracht 8 en 4 meter hoge golven vindt ook Hondie echt te gek en bovendien gevaarlijk. Om wel gezamenlijk iets te doen besluiten ze in plaats van het zeiltochtje te wandelen door het stadje waar de boot ligt. Als ze een tijdje lopen voelt Hondie zich inderdaad snel weer opgeruimd. Zijn snor wappert alle kanten op door de harde wind wat grappig kriebelt in zijn gezicht en hij ziet weer leuke dingen om zich heen. Een mooi gebouw, een zebrapad met alle kleuren van de regenboog en mensen in allerlei soort. Bij het zebrapad staat een bus voor het stoplicht. De chauffeur is een dame. ‘Wat tof een vrouw als buschauffeur’ zegt Hondie. ‘Dat zou eigenlijk niet moeten opvallen Hondie. Door het zo te zien zou je het kunnen zien als institutionele discriminatie’ zegt Dan, happend naar adem. ‘Het zou gewoon moeten zijn en niet moeten opvallen want mannen en vrouwen kunnen allebei even goed een bus besturen. Niet dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn maar wel gelijkwaardig’. Dan gaat steeds harder en sneller praten. Hondie weet dat dit soort zaken Dan erg raken. Hij gaat dan altijd een soort van oreren en doet net of Hondie zelf niet vergelijkbaar over dit soort dingen denkt. Ondertussen praat Dan verder: ‘En er zijn inmiddels best veel vrouwelijke en trouwens ook ridderlijke buschauffeurs dus zou het niet meer bijzonder of tof moeten zijn. Ik ben voor vrouwen- en ridderquota in alle banen, dan wordt het vanzelf gewoon. Gewoon voor mensen in sollicitatie commissies om echt de beste te kiezen los van man, vrouw of ridder. Bovendien leren jonge kinderen door voorbeelden ook zien dat je elke baan kunt doen los van man of vrouw of ridder. En daarom…’. Hondie onderbreekt Dan: ‘Ho Dan. Laten we eens rustig over vrouwen, mannen en ridders door filosoferen en argumenten uitwisselen. Misschien zijn er ook aspecten van dit vraagstuk die we kunnen relativeren. Dat betekent dat je ook naar mij moet luisteren en ik jou een vraag mag stellen en dat je die ook hoort. Nu ben je een beetje in je eentje aan het roepen Dan, dat werkt niet’. ‘Is dat zo?’ denkt Dan. ‘Zit ik weer in mijn eentje te praten? Maar zo bedoel ik het helemaal niet’ denkt hij ook nog. ‘Ho Ho Dan voor de tweede keer, ik zie een pieker pruttelhoofd’ zegt Hondie. ‘Klopt dat?’ Vraagt hij er nog achteraan en ribbelt even over de helm van Dan. Dan knikt wijfelend. Hij wil nog even nadenken hoe hij het dan wel kan zeggen wat hij vindt, met een argument en met een vraag, filosoferend misschien. Relativerend weet hij zo net nog niet, al kan Hondie dat wel beter. Voor hij hier verder over denken kan zegt Hondie: ‘Kom laten we praten, argumenteren, relativeren en filosoferen. Het lijkt me dan een goed plannetje Dannetje om dat vooral samen te doen. Das veel fijner en misschien komen we samen wel tot lumineuze ideeën. Ik vind het namelijk net als jij een puik plan dat ridders en mensen met krulsnorren elke baan kunnen doen die ze willen. Ik hoop ook dat alle mensen denken: ‘ik kan dat dus ik ga dat doen’. Dan denkt ‘het is nog mooier als alle mensen denken: ‘ik kan dat niet, maar wil het leren dus ik ga dat doen’. Terwijl hij zo in zijn hoofd pruttelt ziet hij dat Hondie hem stralend aankijkt. Zelf voelt hij zich nog wat tobberig. Hij denkt na hoe hij het toch kan zeggen dat hij vindt dat Hondie er te makkelijk over denkt. Voordat hij bedacht heeft hoe hij iets wil zeggen is Hondie hem voor: ‘Nou Dannetje voor de draad ermee wat vind jij? Oh wacht ik zie een winkel met lekkere ijsjes. Laten we een ijsje halen en die lekker op een bankje opeten terwijl we dan verder filosoferen, argumenteren en relativeren over alle mensen in alle banen en hoe je dat voor elkaar krijgt’. ‘Goed idee Hondie’ zegt Dan zacht. ‘Ah mijn Dannetje toch, nog steeds een beetje pieker zie ik. Gaat zo over weet ik’ zegt Hondie en ribbelt nogmaals over Dan zijn helm. Dan voelt weer de veiligheid dat er altijd een oplossing komt net als op het paard bij opa. Hondie is echt zijn beste vriend zelfs als hij piekert of pruttelt of alleen oreert.

Plaats een reactie