Na hun vakantie zitten Hondie en Dan aan tafel met een geweldige stapel post. Kaartjes van vrienden die een fijne vakantie hadden in de bergen in Frankrijk of op de camping in Limburg. Overigens zijn dat vooral de wat oudere mensen die zo’n vrolijk vakantiekrabbeltje sturen. De jongeren hebben hen via whatsapp tussendoor tijdens de vakantie al op de hoogte gehouden. Bij de stapel post ligt natuurlijk ook reclame die zich niet houdt aan hun ‘nee-nee’ sticker op de brievenbus. En, en daar verheugen ze zich beide altijd op, de zaterdag kranten van de afgelopen drie weken.
Hondie leest wat sport interviews en is benieuwd naar de recepten van Yvette van Boven. Hij heeft al iets gezien dat hij vanmiddag voor de lunch gaat klaarmaken: een avocadosoepje met limoen. Een uitje erdoor verzint hij er zelf bij en wellicht wat geroosterde broodjes. Bij het idee al loopt het water hem in de mond en krult zijn snor vrolijk mee.
Ondertussen zit Dan te lezen over een scenario waarmee de biodiversiteit verbeterd kan worden. ‘Er staan gewoon pasklare oplossingen in dit artikel!’ roept Dan uit. ‘Ik vreet mijn helm bijna op van frustratie dat die oplossingen niet nu al worden toegepast zo simpel. Luister Hondie het zijn echt toffe suggesties’. Hondie kijkt op van zijn boodschappenlijstje dat hij net aan het maken is. ‘Avocado in elk geval, limoen ligt waarschijnlijk nog in de groentelade, een uitje heb ik nog, maar brood moet ik even halen’ bedenkt Hondie zich. Dan zegt op dat moment ongeduldig: ‘Hondie luister nou even, ik lees echt goede dingen, misschien kunnen we er een plannetje mee maken’. ‘Oe een plannetje Dannetje, daar ben ik altijd voor in, dat weet je. Één momentje nog, schrijf ik even op wat er net in mijn hoofd zat voor mijn lijstje, anders vergeet ik dat weer’. Dan wacht ongeduldig af en hoort het geluid van Hondies pen op het papier. ‘Zo, klaar, als het kan, kom maar op Dan, dat rijmt’. Terwijl Hondie dit zegt kijkt hij verwachtingsvol en vrolijk naar Dan. ‘Even teruglezen’ zegt Dan. ‘Ja hiero, de eerste suggestie, subliem, moet je horen: begin bij een minister van biodiversiteit. Hoe vind je die? Met als voordeel dat die de belangen van boeren, wonen en milieu combineert in plaats van meerdere ministers die vooral voor hun eigen hachje steeds lopen te kibbelen’. ‘Dat zou prima kunnen!’ roept Hondie, ‘ze zitten nog midden in de formatie. IJzer smeden als het heet is zou ik zeggen’. ‘Als dat dan maar niet mijn speer en helm zijn die gesmeed gaan worden’ zegt Dan verschrikt. ‘Nee Dan, het is gewoon een uitdrukking wat ik zei. Het ijzer smeden als het heet is betekent dat je je plan meteen moet uitvoeren als het kan’. ‘Oh gelukkig’ zucht Dan en hij voegt toe: ‘Zal ik je de volgende suggestie vertellen Hondie?’ ‘Kom maar op Dan, ik weet dat je dat kan. Dat rijmt alweer’ zegt Hondie olijk. ‘Effe kappen met dat gerijm Hondie, het onderwerp is serieus genoeg, dat vind jij ook’, zegt Dan een beetje geïrriteerd. Hondie weet dat Dan gelijk heeft. Doorgaans is Dan de pieker- en de pruttelaar. Als het gaat over de zorgen rondom biodiversiteit kan Hondie zich ook flink zorgen maken. Vooral ‘s nachts kan het hem bekruipen dat er misschien in de wereld zoveel overstroomt dat we nergens meer kunnen wonen. Of dat er bosbranden zijn die maar niet ophouden. Het enige dat dan helpt is opstaan en een warm bekertje melk drinken. De warmte die er dan door zijn lijfje stroomt maakt hem slaperig. Meestal als hij na zo’n piekernachtje ‘s ochtends opstaat relativeert hij er weer op los met ‘het zal zo’n vaart niet lopen’ en ‘Nederland is een kennisland; we vinden wel een oplossing’. Hardop zegt Hondie: ‘Oplossen is fijner dan tobben, denk ik maar zo, dus kom maar op met het volgende plannetje Dannetje’. ‘Komtie’ zegt Dan, ‘Rivieren zouden nog meer ruimte moeten krijgen. De nieuwe drassig-moerassige natuur die daarmee ontstaat zou een handje geholpen kunnen worden met de aanplant van vogel- en bijvriendekijk gewas. Waterrijke grond zorgt voor allerlei kleine beestjes, dat gewas trekt vogels een insecten aan, die zorgen voor bestuiving van de planten. De insecten worden weer opgegeten door vogels, die weer een heerlijk maaltje vormen voor een…’. ‘Ja, ja, ja!’ Valt Hondie hem in de reden, ‘En voor je het weet ontstaat er zo een mooi nieuw ecosysteem. Dat zou toch een fluitje van een cent moeten zijn!’. Dan en Hondie zitten beide op het puntje van hun stoel, Hondie krult driftig aan zijn snor en Dan stampt met elk woord dat Hondie uitspreekt met zijn speer op de grond. Na het laatste woord van Hondie wordt het even stil. Iets zachter zegt Dan: ‘Waarom wordt er eigenlijk niet gewoon op dat fluitje geblazen?’. Ze kijken elkaar verschrikt aan. Je hoort het ruisen van de waterleiding en de vuilniswagen stopt net voor de deur. Hondie voelt zich wat vertwijfeld en Dan staart wat voor zich uit. Het lijkt zo’n simpele vraag, maar zij hebben allebei geen antwoord en dat stemt hen beide verdrietig. Tot Hondie opstaat en over Dan zijn ribbelhelm rammelt en zegt: ‘Dan de man, wat vind je ervan, alleen omdat het kan, nemen er het er nog even van. We vertrekken morgen voor een wandelan en denken dan, over een plan hoe je eigenlijk op simpele fluitjes blazen kan’. Hondie kijkt vol trots omdat hij het geweldig vindt als hij alles zo aan elkaar rijmt. Dan knikt, hij moet nog even slikken, maar kan wel zeggen: ‘Olee olee ik ga met je mee, ik stop met het gemor, Hondie Snor’. Hondie schatert het uit. Hij geeft Dan een high five en samen gaan ze aan de slag om hun wandelrugzak in te pakken.