‘Hakken billen, tjop tjop in de beentjes’ roept Dave meer tegen zichzelf dan tegen de rest die ook nog half op apegapen ligt na de gezellige avond. Hij werd wakker van de muziek van de Jeugd van Tegenwoordig die wat in de verte klinkt. Met name de droge teksten van Vieze Fur doen hem altijd glimlachen:
‘Net wakker, je weet wat ik bedoel, gast, droge mond met me bek, kijk ik in de koelkast’
En dan wat betreft de avond gisteren: die was zeker gezellig: lekkere muziek, veel nieuwe mensen, die hem los van wie hij was, aanschoten voor een borrel of een grap. Mooie mensen op de dansvloer ook. Daar houdt hij van. Niet perse mooi in standaard betekenis. Wel mooi in een soort waarachtigheid. Geen opsmuk, min of meer volkomen jezelf. Lekker in je lijf, van binnenuit ok. Zoiets. Hij herinnert zich iets met vrouwelijk schoon met glitter boven haar ogen en blote voeten. Bezinnend als hij vaak doet in dat soort situaties stond hij net te overwegen of hij naar haar toe zou lopen toen één van de anderen aan kwam rennen en riep: ‘Heb jij Dingetje gezien?’. Dingetje, hij wist niet eens hoe hij werkelijk heette. Klein van stuk, net een baardje groeiend, twintig, eenentwintig misschien, ging voor het eerst mee naar Corsica. Een traditie met zijn vrienden al een jaar of tien waarbij ze ook altijd ruimte boden voor iemand als Dingetje. Jongen van de straat, net wel net niet bezig met dat wat niet anders kan dan fout gaan. Wel een soort van ambitie om dat niet te laten gebeuren. Ondertussen thuis en op straat niet echt meewerkend om foute zaken te voorkomen. Opgepikt door één van hen met als doel. Ja, met welk doel eigenlijk? Gewoon iets goeds te doen of zo. Ergens wist Dave ook wel dat dit soort goeds niet echt hielp in het grotere geheel van alles wat er niet goed ging in de wereld. Als hij zich bedacht dat er van de zomer en zelfs op dit moment gigantische oppervlaktes bos in brand stond of aan de andere kant van de wereld juist huis en haard overspoeld werd. Hele groepen mensen op de vlucht voor brand en water en daarnaast natuurlijk oorlog op weet ik hoeveel plekken. Eenmaal op die manier denkend draaide hij zichzelf compleet vast omdat dan onherroepelijk ook gedachten naar voren kwamen over de mens die in staat is technologisch zichzelf te overtreffen met artificieel intelligente entiteiten, die eigenstandig kunnen nadenken. Naast de mens die tegelijk niet in staat is in real live zonder oorlog en ruzie te leven…. ‘Hé jô tjappie, zit je weer in je kop, ik vraag je wat, heb je Dingetje gezien?’ werd nog een keer gevraagd. In zijn ooghoek die mooie dame gaf Dave antwoord: ‘Nee eigenlijk niet, ook al een tijdje niet, voor het laatst bij de bar toen ik ook voor hem een biertje bestelde. Een uur geleden of zo, daarna niet meer’. De DJ had net een heerlijk dansnummer ingestart dus Dave had vlug aangevuld: ‘Maak je niet druk Saah, hij wappert zo wel weer aan, afspraak was rond drie uur bij de uitgang dat is het nog even niet’. Hij had Saah zijn schouders zien ophalen en tegelijk ook iets zorgelijk zien kijken. Mooie eigenschap natuurlijk die betrokkenheid en zorgzaamheid van hem, tegelijk soms ook een beetje overbezorgd vond Dave. Hij wist ook wel dat Saah daar reden voor had.