In de trein tref ik een vurig mede passagier
Die mij vraagt waarom ik een mondkap draag
Hij is niet tevreden met mijn antwoord
Dat ik dat doe omdat het moet
En ik geen boete wil
Ze helpen nergens voor dat weet jij ook
Ik knik en wil wat zeggen
Hij is al mijlen verder in zijn pleidooi
Hij vindt nadrukkelijk dat ik zelf moet nadenken
Me niet de les moet laten lezen
Ieder heeft een tijd van leven zegt hij
En dus ook van doodgaan meent hij
En boven op dit alles vindt hij ook
Dat we kinderen het verkeerde voorbeeld geven
Je moet niet bang zijn voor de dood
Gewoon leven
Ben je sterk dan leef je langer
Ben je slap dan ga je eerder dood
Niet bang zijn, zo is het
Even later stapt hij uit
Stilte daalt neer in de treincoupé
En ik denk: hij heeft een punt
Misschien wel meerdere
