Ik voel me wat weemoedig
Door het Friese
Dat ik ga verlaten
Al zal ik er nog regelmatig zijn
Om het alom vertegenwoordigd water
In verschillende gedaanten
Grootse meren, kleine sloten
Stilstaand, stromend
Diepig blauw, venijnig bruin
Kabbelend, onstuimig
Koel verkwikkend, ijzig koud
Als ik rij vanuit het westen
Op de brug bij it Tsjûkemar
Zie ik
Zilvergele rietkragen
Wuivend in de wind
Weet ik
Koeten, futen, kikkers
Rommelend langs de waterkant
Denk ik
Aan de liefde van mijn leven
Die ik in het Friese mocht ontmoeten
Aan mijn oudste kind
Dat hier ter wereld kwam
