Achter op een best groot schip
Zaten gisteravond jonge mensen
Ik schat een jaar of twintig
Ik liep er langs
En vroeg me hardop af
‘Hoe komen zulke jonge mensen
Aan zo’n best groot schip?’
‘Ik denk van pappie’ zei mijn lief
Prompt stak Pappie
Zijn hoofd omhoog
Hij zat zojuist nog in de ankerbak
In zijn handen wat gereedschap
Op zijn hoofd
Een veeg van olie
Wat parelend zweet
Pappie vind ik in de setting
Een passend woord
De luierende jeugd
En vader die de klus opknapt
Ik stel me voor dat dochterlief
Kan zeggen: ‘pappie is er nog witte wijn?’
Ik stel me voor dat zoonlief kan roepen:
‘He pap, wanneer gaat de bbq aan?’
Pappie/Pap die knikt en zucht
Hij vraagt zich af:
‘Waar heb ik in vredesnaam
Wat laten liggen?’
