Ik loop op mijn laatste ochtend
Over het grootste plein van Avignon
De tweede Paus huisde, preekte hier
Het pauselijk paleis, de kathedraal
Groots, nog groter
Op de stoep bij een nog dichte winkel
Ligt iemand met een warme deken
Tot over het hoofd getrokken
Verderop een man
Hij schudt een deksel om wat geld
Zijn waterblauwe ogen treurig op oneindig
Bij het gemeentehuis
Declameert een man
Over vrijheid, gelijkheid, broederschap
Hij roept en schreeuwt
Iedereen loopt om hem heen
Als ik terugloop
Passeer ik een man
Hangend met zijn hoofd tussen zijn benen
Zijn hond heeft hij vast aan een lijn
Op het bord dat naast hem staat
Heeft hij geschreven dat ze beide honger hebben
Wat is het toch dat mijn hart steeds breekt
Bij het zien van dit soort mensen?
Ik kan er haast geen kant mee uit
Quatorze juillet
Is niet voor iedereen hetzelfde
