Hondie Snor en Dan de Ridder bespreken het systeem

Zo rond een uur of drie zijn Hondie Snor en Dan de Ridder op de camping. Onderweg hebben ze een paar leuke stadjes aangedaan en natuurlijk een ijsje gegeten. Dat ijs zat prompt weer in de grote snor met krullen van Hondie. ‘Scheer dat ding er toch af’ zei Dan voor de zoveelste keer. ‘Ik moet mijn naam toch eer aan doen Dan, dat weet je toch en bovendien wat doe jij elke dag met je stalen borstrok aan? Je hoeft toch niet meer te vechten voor je bestaan? En nu we het er toch over hebben: waarom moet die speer steeds mee op vakantie? Steeds maar weer het dak op en af en wat doe je er eigenlijk mee?’. Terwijl Hondie praat loopt hij steeds roder aan, zijn hart klopt stevig voelt hij en hij slikt moeilijk. ‘Hondie, Hondie draaf je niet een beetje door, we hoeven er geen ruzie om te maken. Jij je snor en ik mijn speer, mooi geregeld dacht ik zo’ zegt Dan sussend. Hondie wil eigenlijk roepen dat Dan niet zo betuttelend moet doen, maar houdt zich in en telt tot tien. Geleerd op de basisschool, hielp bij hem weinig, want hij bleef en blijft zich altijd boos voelen als Dan zo betuttelend betweterig doet.

Een uurtje later zitten Dan en Hondie aan de middagborrel in het gras bij hun tent. Bij het speeltuintje een heleboel andere kinderen en grote mensen vooral bij het grote springkussen. Een vader toont zijn kunsten door steeds een salto te maken, een moeder staat er verliefd naar te kijken. ‘Of dat de vrouw van die meneer is valt nog te bezien’ denkt Dan nog.

Ze hebben er een bakje chips bij, limonade met prik voor Hondie en ridderdrank voor Dan: een combinatie van grenadine, water en een tikje zout en peper. Het zonnetje schijnt en Hondie begint voorzichtig: ‘Eh Dannetje van me’. ‘Nou Hondie voor de draad ermee, je wilt graag nog even terugkomen op daarstraks denk ik? Wordt het weer een robbertje speervechten met woorden of doen we het wat rustiger aan?’ Hondie voelt zich weer boos worden. Daarom zegt hij gauw: ‘Ik vind het gewoon rot als jij mij behandelt alsof ik een klein kind ben. Het lijkt dan net of je mijn vader bent die mij als kind steeds terecht wees en het gekke is dat ik me dan weer net zo als dat kind sta te gedragen: opstandig en boos’. Dan ribbelt even over zijn helm die hij dit keer weer op heeft gezet tegen de zon. ‘Kwestie van het Familiesysteem’ zegt hij ‘het bloed en de gevoelens kruipen waar ze niet gaan kunnen. Voor je het weet ben jij opeens mijn kind en vader tegelijk en ik de jouwe. En dat moeten we niet hebben want we zijn gewoon dikke vrienden. Sorry dat het zo ging wil ik nog zeggen’. Hondie voelt de boosheid weglopen, zo op een holletje de deur uit. Hij glimt van oor tot oor. ‘Zo is dat Dannetje, we zijn gewoon dikke vrienden. Ga je mee op het springkussen? Moet denk wel je helm af en je borstrok uit anders bezeer je andere kinderen. En dat zeg ik niet als je moeder maar als je dikke vriend’. Even later staan Hondie en Dan zich heerlijk in het zweet te springen. Hondies snor wipt ook vrolijk mee.

Plaats een reactie